Slaap- en kalmerings middelen meestal niet vergoed

 

Saap- en/of kalmeringsmedicijnen (ook wel benzodiazepines genoemd) worden al sinds 1 januari 2009 niet meer vergoed. Deze maatregel is niet door uw huisarts of apotheker getroffen, maar door de overheid. Klachten kunt u daarom aan de overheid richten.

De middelen worden alleen nog maar vergoed als er sprake is van:

• Epilepsie; hierbij worden benzodiazepinen gebruikt om aanvallen te voorkomen of te behandelen.
• Angststoornissen, wanneer de behandeling met ten minste twee antidepressiva volgens de geldende richtlijnen niet is aangeslagen.
• Meervoudige psychiatrische problematiek, waarbij behandeling met hoge doses benzodiazepinen noodzakelijk is. Onder hoge doses wordt bijvoorbeeld verstaan oxazepam in een dosering van 100 mg, terwijl 10 tot 20 mg gebruikelijk is. Onder deze groep vallen bijvoorbeeld patiënten die behandeld worden voor het onttrekken van verslavende middelen (alcohol en drugs), danwel voor katatonie, manie en psychosen.
• Als palliatieve sedatie bij terminale zorg. Hieronder wordt verstaan het verlagen van het bewustzijn van patiënten in de laatste levensfase.

Denkt u in aanmerking te komen voor vergoeding dan verzoeken we u contact op te nemen met uw huisarts.

Slaap- en/of kalmeringsmedicijnen worden veelal voorgeschreven ter ondersteuning in moeilijke perioden.

De belangrijkste bijwerkingen zijn:
• bij langer gebruik dan 6 weken kunnen de medicijnen verslavend werken;
• de medicijnen en alcoholgebruik versterken elkaars werking;
• vermoeidheid, suf en/of slaperig gevoel;
• achteruitgang van uw geheugen en/of afname van het concentratievermogen;
• bij autorijden en het bedienen van machines zijn deze middelen gevaarlijk;
• toename van bijwerkingen bij het ouder worden; door spierslapte en/of sufheid wordt de kans op vallen veel groter en daarmee de kans op botbreuken.

Vanwege de bijwerkingen en het afnemen van de werkzaamheid raden wij u aan om het gebruik van de medicijnen te verminderen of geheel te stoppen.

Tips voor het minderen of stoppen van deze middelen:
• u kunt de medicijnen heel goed zelf verminderen en stoppen
• eventuele ontwenningsverschijnselen verdwijnen veelal binnen twee weken
• het is gebleken dat ‘stoppers’ zich na enige tijd fitter gaan voelen
• als u hulp nodig heeft bij het stoppen kan uw huisarts of uw apotheker u begeleiden bij het stoppen met behulp van een afbouwschema. U kunt dit tijdens de spreekuur met de huisarts bespreken. De huisarts kan u helpen bij het maken van een afbouwplan en eventueel een andere therapie inzetten.

 


11-01-2017